Snelcursus: wordt een wijnkenner!

Snelcursus: wordt een wijnkenner!

Mensen vinden wijn moeilijk. Vaak weet men niet wat men gedronken heeft, of waarom men iets lekker vindt. Als het over eten gaat weten mensen het vaak wel, waarom niet over wijn? Er is inderdaad veel over te weten, maar met een beetje lezen kom je al een heel eind. Speciaal voor u een tweedelig blog met een aantal dingen die u op weg helpen. Kort en beknopt. Makkelijker wordt het niet, wel lekkerder!

1. Kurk vs. schroefdop

Is er verschil in kwaliteit? Nee dat hoeft niet. Testen wijzen uit de wijn onder een schroefdop prima kan. De wijn blijft zelfs vaak frisser, doordat het langzamer veroudert. Kurk heeft de eigenschap om te “ademen”, maar er zijn schroefdoppen die dat ook kunnen.

2. Wijn met een schroefdop heeft nooit meer ‘kurk’ (TCA)

Dit is niet waar, het kan ook door slechte kelderhygiëne worden veroorzaakt. Varianten van het schimmeltje, dat kurkziekte geeft, kan zich ook verspreiden via de lucht.

3. Wijn en hout(gebruik)

Hout geeft een extra geurdimensie aan wijn en beïnvloed ook vaak de smaak. Zo kan je het botertje vaak proeven en het vlak de zuren van een droge wijn af. Nieuw hout geeft meer smaak/ geur af dan oud hout. Vaak is het Frans of Amerikaans eiken, waarvan het Amerikaans eiken meer vanilletonen afgeeft

4. Gisting

Tijdens het gistingproces wordt het suiker van het druivensap omgezet in alcohol en koolzuur. Hoe meer suikers hoe hoger het alcoholpercentage. In een gesloten vat kan het koolzuur niet ontsnappen en krijg je bubbeltjes in je wijn.
Vaak vind er ook een malolactischegisting plaats. Hierbij wordt het scherpere appelzuur omgezet in het zachtere melkzuur

5. Wijn en bewaren

Mensen denken vaak dat als je een wijn bewaard dat de wijn beter wordt. Dat is niet zo. Slechte wijn wordt alleen maar slechter en een goede wijn is in zijn jeugd ook al goed. Tannine, suiker, zuren en alcohol zorgen voor de houdbaarheid. Ongeveer 90% van alle wijn kan je beter niet (te lang) bewaren.

6. Oogstjaren (goede en slechte)

Het ene jaar valt er veel regen en het andere jaar is het heerlijk warm. Dit heeft invloed om kwaliteit van de druiven. Teveel nattigheid is vaak niet goed en dat hebben we vooral in koelere gebieden. In warme landen op het zuidelijk halfrond is het bijna altijd zonnig en zijn de verschillen tussen de oogstjaren minder.

7. Temperatuur

Kamertemperatuur is een term uit de tijd dat we nog geen cv-installatie in huis hadden. De temperatuur was toen 16 / 18 graden. Dus niet 21 graden! Beter te koud dan te warm serveren, want het warmt toch wel op het glas, eventueel met hulp van de handen. Hoe lichter de wijn (ook rood), hoe koeler we hem mogen serveren.

8. (Grand) Cru

Vroeger waren er veel minder Grand Cru’s dan nu. De term heeft zijn waarde verloren. De naam van de wijnboer zegt vaak meer. Een Cru in Bordeaux is een Château / Domaine. Als ze daar niet hun best doet, dan heet het nog steeds Grand Cru. In Bourgogne is het een (deel v/d) wijngaard, in Champagne een dorp

9. Appellatie wijn

Er zijn verschillende kwaliteitsniveaus voor wijn. In Frankrijk is dat van hoog naar laag AOP (was AOC), IGP (was Vin de Pays) en Vin de France (was Vin deTable). De AOP wijnen hebben qua terroir de potentie om betere wijn te maken de andere. Wijnwetgeving bepaald o.a. het druivenras. Wijk de wijnboer daarvan af, dan wordt de wijn gedeclasseerd. Deze wijn kan echter wel van goede kwaliteit zijn. Wijnwetgeving van andere wijnlanden zijn vaak afgeleidt van de Franse wijnwetgeving.

10. Wijn(glas) etiketten

Nee niet je handen om het glas a-la-Patty-Brard. Gewoon netje bij het steeltje. Dan krijg je geen vette vingers op het glas, je wijn warmt niet op én het gaat niet ruiken naar je handen. Altijd eerst even kijken naar de wijn in je glas, ruiken, walsen, nog een ruiken,voorzichtig slurpen en dan is het lekker of niet.

Binnenkort deel twee…


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *